Menu Close

CollectionKlaas de Jonge

A collection of art and ethnography from various parts of Africa collected over several decades.

De man die zijn kunst knuffelt

Door: Jojanneke Spoor

Masker met één oog

Hij heeft het aan de Zuid-Afrikanen te danken dat hij lijkt op het masker met één oog. Klaas de Jonge (1937) wijst naar een Lega masker dat bij hem aam de muur hangt. Alleen aan de rechterkant zit een oog. Het is hem niet gelukt te achterhalen wat er precies is gebeurd met zijn oog, maar hij heeft wel zwart op wit dat de Zuid-Afrikaanse Apartheidsregering hem wilde doden door een bom in zijn postbus te doen. Dat moet in 1988 geweest zijn, want dat was de enige tijd dat hij zo’n postbus had. De Jonge werkte toen nog voor de anti-apartheidsbeweging ANC en kreeg trainingen van de Oost-Duitse geheime dienst. Hij was dus op zijn hoede, want wist dat er iets kon gebeuren. Voor een vergadering in Nijmegen liet De Jonge de tas die hij bij zich had achter in een kluisje op het station. Bij terugkomst bleek het kluisje leeg te zijn. Toen hij ging navragen aan de balie, vertelde een meisje dat iemand de tas was komen afleveren en dat hij hem in ruil voor de sleutel van het kluisje mocht meenemen.

De Jonge vertrouwde het niet. Hij was bang dat degene die de tas uit het kluisje had gehaald er iets mee had gedaan. “Al wist ik toen nog niet dat ze me wilde doden.” Het meisje achter de balie vond het belachelijk en deed de tas open. De Jonge dook weg, maar er gebeurde niets. Die avond droeg hij de kleren die in de tas hadden gezeten en nog diezelfde nacht kreeg hij verschrikkelijke oogontsteking. Twee weken later was hij aan één oog blind. “Echt boos kan ik er niet om worden. Een oog kwijt is beter dan dood. Bovendien was ik me bewust van de risico’s toen ik voor de gewapende tak van het ANC ging werken.”

Het masker met één oog is van de Lega-stam uit Oost-Congo en symboliseert iemand die heel sociaal is. Een gastvrij en gul persoon, maar ook iemand die zo opgaat in zijn goede werk dat hij zijn naasten, zijn kinderen, soms vergeet. Tijdens het interview over zijn liefde voor Afrikaanse kunst schuiven er twee vrienden aan en komt er bier en wijn op tafel. “Mijn zoons zeiden wel eens, je bent altijd bezig met anderen maar ons verwaarloos je.” Hij geeft toe dat ze wel een beetje gelijk hebben.

Het merendeel van zijn verzameling Afrikaanse kunst zit in kratten opgeborgen in een atelier in Weesp. Klaas de Jonge kocht zijn eerste masker in 1962 van een vriend. “Ik zat toen in Parijs en studeerde demografie van Afrika en Afrikaanse studies aan de Sorbonne. Ik ontmoette daar een antropoloog die een tijd in Ivoorkust had gezeten, bij de Dan, een volk dat hele mooie maskers maakt.” De Jonge leende 100 gulden van zijn vader en kocht het masker dat jarenlang zijn enige zou zijn. “Ik ben het kwijtgeraakt, zoals zo veel dingen. Ik vind eigenlijk meer dingen terug bij vrienden en familie dan bij mezelf.”

Zijn eigen leven was lange tijd te instabiel om een verzameling op te bouwen. Hij werkte als antropoloog onder andere in Tanzania, Senegal, Mozambique en Zimbabwe. Hij verzamelde wel, maar keer op keer vond er een “grote schoonmaak” plaats, waarop de Jonge weer opnieuw moest beginnen. “Een keer had ik al mijn spullen op een boot die is gezonken. Een andere keer verhuisde ik van Maputo naar Zimbabwe. Toen had ik ook allemaal kunst en boeken, maar werd de container beschoten.”

Het kopen en verzamelen van Afrikaanse kunst is een constante factor in het leven van Klaas de Jonge. “Alleen toen ik Mozambique woonde en voor het ANC werkte had ik er geen tijd voor”, vertelt hij. De Jonge smokkelde in die tijd bommen en wapens vanuit Mozambique de grens over voor de anti-apartheidsbeweging in Zuid-Afrika. Na de scheiding van zijn vrouw, verhuisde De Jonge in 1985 met zijn zoon naar Zimbabwe. Na een klus voor het ANC was hij op 23 juni 1985 op weg terug naar Zimbabwe, toen hij werd opgepakt op verdenking van wapensmokkel en terrorisme. De Jonge besluit te doen alsof hij meewerkt aan het onderzoek en belooft zijn bewakers te laten zien waar hij wapens heeft verstopt. Hij neemt ze mee naar het gebouw waar de Nederlandse ambassade is gehuisvest en rent als ze even niet opletten over de drempel. Met geweld wordt hij daar weer weggehaald, maar de Nederlandse ambassadeur heeft gezien hoe de Zuid Afrikanen een Nederlander van Nederlands grondgebied hebben gehaald. Het wordt een diplomatieke rel. Met als gevolg dat Klaas de Jonge op 19 juli werd overgeleverd aan de Nederlandse ambassade. De Jonge bleef er ruim twee jaar vastzitten en kwam uiteindelijk vrij na een gevangenenruil.

Dat hij voor Umkhonto we Siswe, de gewapende tak van het ANC, ging werken is voor De Jonge vanzelfsprekend. “Geweld was de één van de manieren om het Apartheidsregime onderuit te halen.” Zijn betrokkenheid met de anti-apartheidsstrijd komt voort uit het gevoel van solidariteit met onderdrukten, maar ook vanuit zijn hang naar avontuur. “Mijn grootvader had een boek over de oorlog in Transvaal. Een plaatjesboek. Daar zag je allemaal van die avontuurlijke mannen met grote hoeden die tegen Zulu krijgers vochten. Heel spannend allemaal. Zo racistisch als de pest, maar daar had ik geen idee van, dat zag je niet. Het heeft me gelukkig niet al te veel misvormt.”

De wijze man

Klaas de Jonge kan uren praten over de schoonheid van Afrikaanse kunst. Om zijn standpunt te verduidelijken pakt hij er voortdurend beeldjes bij of bladert hij in fotoboeken. “Wacht, ik kan het je wel even laten zien” zegt hij terwijl zijn handen om zich heen grijpen en een nieuw stuk op tafel zetten. “Dit beeld met vier hoofden staat voor een persoon die heel veel wijsheid heeft en een probleem van alle kanten kan bekijken. Hij is bemiddelaar van nature en kan met iedereen goed omgaan. Hij ziet ver en van verschillende hoeken.”

Op 1 januari 1968 zette Klaas de Jonge voor het eerst voet op Afrikaanse bodem. Ruim 40 jaar later reist hij nog steeds regelmatig op en neer. Op dit moment bereidt hij voor de organisatie Impunity Watch een project voor dat een einde moet maken aan straffeloosheid in Burundi. Komend jaar gaat hij er waarschijnlijk een paar maanden naar toe, maar het echte werk is niet meer aan hem besteed. Een jongere generatie moet het overnemen. Hij wil nu wat meer tijd doorbrengen met familie, zijn vriendinnen “en meer met de kunst bezig zijn”.

Van de meeste stukken die hij bezit weet hij van wie het is gekocht en wat het bijbehorende verhaal is. Zo is er een beeldje dat hij kocht van een man met de naam Safari. Hij wilde De Jonge iets verkopen, maar er zat niks moois tussen. “Toen kwam het verhaal eruit. ‘Ik heb een vrouw en kinderen in een kamp in Burundi’, zei hij. ‘Er gaat daar iets gebeuren, ik moet ze eruit halen. Ook al wil je niks kopen, geef me het geld, dan ga ik ze halen en dan mag je later ruilen’. Ik gaf hem 100 dollar en bleef achter met spullen die ik eigenlijk niet mooi vond. Twee weken later kwam hij terug met zijn hele familie. Ik had inmiddels al gehoord dat er een kamp vlakbij de Congolese grens was overvallen, en dat er 120 Tutsi’s waren gedood. Zijn vrouw was ook Tutsi. Dan denk ik goh, dat is toch wel leuk dat dat goed is gegaan.”

Afrika komt tot leven in de huiskamer van Klaas de Jonge. De verhalen, daar gaat het om. De Jonge houdt zich niet aan de regels die gelden in de kunstwereld en wordt dus niet gezien als een ‘echte’ verzamelaar. Hij kan net zoveel genieten van een nieuw stuk als van een antiek masker. “Ik kijk er op een andere manier naar. Ik loop ermee rond, vertel er verhaaltjes over en heb er lol mee.” Door veel te lezen en onderzoek te doen heeft De Jonge een goede kijk op de kwaliteit van Afrikaanse kunst. “Maar ik ben niet zo iemand die zegt ‘ik wil alleen maar dingen die 100 jaar oud zijn'”. De Jonge benadert de Afrikaanse kunst zoals de Afrikanen zelf ook doen. Het gaat ze niet om het object, maar om het verhaal en de les die eraan verbonden is. “Ik noem ze daarom vaak leerbeelden.” Zelfs een plastic popje kan betekenis krijgen. “Dat zetten ze er gewoon bij, dat maakt niet uit”, vertelt de Jonge. Zo’n popje symboliseert iets. “Geen hond is natuurlijk geïnteresseerd in zo’n plastic popje, maar als je dan zo’n foto ziet van een babypopje dat in het oerwoud verzeild is geraakt en daar een rol gaat spelen, dan merk je dat de kijk erop een hele andere is dan die van de verzamelaars.”

Het ziektemasker

Vanwege een gezichtsverlamming leek De Jonge een paar maanden geleden sprekend op een “ziektemasker”. Een masker met een scheve mond. Het ziektemasker wordt gebruikt bij vrolijke ceremonies, zoals het moment waarop de jongens die tot volwassenheid zijn geïnitieerd, terugkomen uit het bos. De man in het masker strompelt dan wat rond en begint onverstaanbaar te brabbelen. Zodra er gelachen wordt, blijkt het masker een boodschap te hebben. Zijn toestand is het gevolg van hekserij en zoiets kan iedereen overkomen. Het is niet goed om een behekst iemand uit te lachen, de toeschouwers leren dat ze een “zieke” met respect moeten behandelen. Klaas de Jonge heeft zich met zijn scheve mond naast een ziektemasker laten fotograferen. Zijn eigen hoofd is bijna hetzelfde als het “leerbeeld”, en kan ook gebruikt worden om te leren over respect. Dat vindt De Jonge het leukst “dat maskers gebuikt worden om bepaalde waarde en normen en gedragscodes door te geven”.

Pas toen De Jonge in 1998 in Rwanda ging wonen, kwam hij in aanraking met Congelese kunst. Hij werkte voor de organisatie Penal Reform International en deed onderzoek naar de berechting van verdachten van de genocide. Met kunst bezig zijn “had een soort therapeutisch werking”. Hij begon steeds meer te kopen en raakte onder handelaren bekend als iemand die geïnteresseerd was in kunst. De verkopers kwamen bij hem aan de deur. Als De Jonge, net terug van zijn werk, zijn schoenen had uitgetrapt, nodigde hij er een aantal binnen. Overdag hoorde hij de meest afschuwelijke verhalen als hij voor zijn werk de gevangenissen bezocht. ‘s Avonds dronk hij dan een biertje met kunstverkopers en lukte het te “ontspannen door met iets moois bezig zijn.”

Of de verkopers hem de waarheid vertellen, weet hij niet. “Aangezien ze je iets willen verkopen, krijg je altijd wel een verhaal. Ze weten precies wat ze moeten doen en zeggen om aan een blanke een beeld te verkopen.” Het interesseert De Jonge niet of de verhalen waar of onwaar zijn. “Het zijn allemaal mooie verhalen. En mooie verhalen moet je belonen.” Het gaat hem om het sociale aspect, “dat mensen erover vertellen, met fraaie voorwerpen komen en wat drinken. Dan valt alle zwaarte van je af. Al die rotzooi van die mensen die in de gevangenis zitten en al die mensen die misdaden hebben begaan en de slachtoffers die zo getraumatiseerd zijn als de pest, dat valt allemaal een beetje weg.”

Het oude mannetje

Met maskers en beelden worden sociale thema’s bespreekbaar gemaakt. “Dit beeldje bijvoorbeeld.” De Jonge staat op en pakt een beeldje van een oude man van een hoge kast. “Hij loopt helemaal krom, maar daar mag je niet om lachen.” De Jonge legt uit dat de man een lopende bibliotheek is, alles weet en erg wijs is. Toch kun je hem zo omduwen en kan hij nauwelijks overeind komen. Aan de hand van dit beeld wordt geleerd dat je wijsheid moet respecteren. Elke familie heeft zo’n beeldje, ze komen bij elkaar en praten erover. Het beeldje wordt in de handen genomen, bevoeld en geknuffeld. “Ik noem het ook wel knuffelkunst.” De waarden en normen van de gemeenschap worden op die manier overdragen. Aangezien het orale maatschappijen zijn zonder schrift, leerboekjes en geschiedenis is dat een manier waarop je kennis kunt overdragen. “Dat vond ik dus heel leuk om te horen” zegt De Jonge verklarend. Hij doet er niet hoogmoedig over. Hij vindt het “gewoon een mooi beeldje” of hij “geniet gewoon erg van de kunst”.

Afrikanen zijn soms bang als ze Klaas de Jonge bezoeken. Nergens in zijn huis ontkom je aan de grote lege ogen van de honderden maskers die de muren vullen. De Jonge gelooft niet in de krachten die aan maskers worden toegeschreven, maar als zijn bezoekers bang zijn, reageert hij door te zeggen: “Mijn magie is veel groter.”

De Jonge’s favoriete maskers en beelden, die van de Lega-stam uit Oost-Congo, worden gemaakt binnen “een soort semi-geheime associatie”. Sommige verhalen worden alleen verteld aan mensen die geïnitieerd zijn. De Jonge is niet geïnitieerd en heeft de verhalen dus uit tweede hand. Alleen de grote wijze mannen weten alles. “Die kennen ook alle betekenissen van beelden en weten hoe die betekenissen verschillen per situatie.” De oude mannen komen op gesloten bijeenkomsten samen. Wat daar allemaal plaatsvindt weet Klaas De Jonge niet. “Dat is zo’n oude mannetjes cluppie, die de macht hebben en die zuipen. Misschien hebben ze in werkelijkheid niks, maar de mensen denken dat er iets speciaals is.” Dat mysterie blijft.

(Source: Arttrust, 2010)

Atspire is an art collector and exhibition venue in Utrecht located in the city's central district, where temporary exhibitions and private collections are presented for sale.

More about Atspire